Zonnepanelen aansluiten op de meterkast

Welke installatie mag ik plaatsen?

Hoeveel zonnepanelen u maximaal kunt aansluiten hangt af van de wettelijke beperkingen en het vermogen van uw omvormer.

Alle beperkingen zijn verbonden aan het maximale vermogen van uw omvormer en niet aan het vermogen van uw zonnepanelen. U vindt het maximaal vermogen van uw omvormer terug bij de specificaties van de omvormer.

We maken hier een onderscheid tussen België en Nederland.

België

In belgië zijn er 2 beperkingen namelijk:

Enkelfasige aansluiting:

De totale som van de vermogens van uw omvormer(s) mag maximaal 5000 watt bedragen.

Driefasige aansluiting: 

De totale som van de vermogens van uw omvormer(s) mag maximaal 10000 watt bedragen waarbij er maximaal 5000 watt per fase mag worden aangesloten.

 

Nederland

Enkelfasige aansluiting:

In Nederland kan de hoofdzekering dan 25A, 35A of 40A zijn. Er is een regel dat de zekering in de groepenkast een factor 1,6 lager moet zijn dan de hoofdzekering.  Stel u heeft een hoofdzekering van 40A, dan is de maximale groepenkastzekering 40/1,6A = 25A. Op die groep kunt u dan een zonne-installatie plaatsen (lees, omvormer) van 25A * 230V = 5750 Watt.  Let dus op het vermogen van de omvormer. Die bepaalt wat u maximaal kunt aansluiten.

Uiteraard moet de omvormer weer afgestemd zijn op de zonnepanelen. Hierbij speelt niet alleen de capaciteit (WP) van de zonnepanelen een rol, ook de oriëntatie van het dak, uw ligging in Nederland en de dakhelling spelen daarbij een rol.

Driefasige aansluiting:

In dat geval zijn er meerdere mogelijkheden, maar voor huizen gaat het daarbij meestal om 3x25A. Dit betekent dat u per fase 25/1,6A = 16A kunt aansluiten.  Het gaat daarbij om een omvormer van maximaal 16A * 230V = 3680 Watt per fase. U kunt dus 3 omvormers plaatsen, maar handiger is één 3-fase-omvormer .

Hier een overzicht van maximale aansluitwaarden:

HoofdaansluitingMax groepzekeringMax vermogen installatie
1 × 25A16A3680 Watt
1 × 35A25A5750 Watt
1 × 40A25A5750 Watt
3 × 25A3 × 16A3 × 3680 Watt
3 × 35A3 × 25A3 × 5750 Watt
3 × 40A3 × 32A3 × 7360 Watt
3 × 63A3 × 40A3 × 9200Watt
3 × 80A3 × 50A3 × 11500 Watt

U kunt natuurlijk altijd de hoofdzekering laten verzwaren.  Stel u heeft een aansluiting van 1x25A. Dan kunt u meestal zonder extra kosten uw aansluiting verzwaren naar 1x35A. Het verder verzwaren naar 3 fasen is mogelijk, maar let u daarbij wel op of uw netbeheerder hiervoor extra vastrechtkosten in rekening gaat brengen.

Als u de meterkast bekijkt, ziet u allerlei zekeringen (groepen) zitten.  Maar uiteindelijk is er nog één hoofdzekering. Dat is de zekering waar u zelf niet bij kan.  U kunt uw vermogen aflezen op deze zekering. U kunt een 1-fase- of een 3-fase-aansluiting hebben.

Hoe sluit ik mijn panelen op de omvormer(s) aan?

U verbindt uw zonnepanelen met uw omvormer door gebruik te maken van 2 verlengkabels per kring.

Net als bij een conventionele verlengkabel maakt u aan de ene kant van de kabel de vrouwelijke connector en aan de andere kant van de kabel de mannelijke connector.

Één verlengkabel verbindt u met de overblijvende connector van het eerste paneel van de kring en de andere verlengkabel verbindt u met de overblijvende connector van het laatste paneel van de kring. De andere uiteinden van uw verlengkabels verbindt u met de omvormer.

Hier ziet u een afbeelding van de mannelijke en vrouwelijke MC4 connector met de respectievelijke pinnen:

Hier kunt u een overzicht van de aansluitmogelijkheden van alle types omvormer downloaden.

Hoe sluit ik mijn omvormer(s) aan op de meterkast?

Alle omvormers met een uitgangsvermogen van meer dan 2,25A (circa 520W) moeten op een eigen groep/zekering aangesloten worden. Afhankelijk van het maximaal vermogen van de omvormer wordt de zwaarte van de groep/zekering bepaald.

Vermogen omvormer6A10A16A20A25A3x10A3x16A
750WX
1000WX
1500WX
2000WX
2500WX
3000WX
3600WX
4200W X
4600WX
5000WX
6000WX
7000WX
8000WX
9000WX
10000WX

Houd zekering minimaal 10% groter aan dan het maximaal gespecificeerde AC uitgang ampèrage.

De diameter van de te gebruiken kabel hangt af van het vermogen van de groep/zekering en de kabelafstand.

De voorgestelde diameters houden rekening met een maximaal verlies (spanningsval) van 1%.

Groep/zekering3×1,5mm²3×2,5mm²3x4mm²3x6mm²3x10mm²5×2,5mm²5x4mm²5x6mm²
6A18m30m50m125m125m
10A10m18m30m45m75m
16A12m18m26m46m
20A9m15m22m35m
25A7m12m18m30m
3x10A30m50m75m
3x16A18m30m45m

De voorgestelde diameters houden rekening met een maximaal verlies (spanningsval) van 2%.

Groep/zekering3×1,5mm²3×2,5mm²3x4mm²3x6mm²3x10mm²5×2,5mm²5x4mm²5x6mm²
6A36m60m100m250m250m
10A20m36m60m90m150m
16A24m36m52m92m
20A18m30m44m70m
25A14m24m36m60m
3x10A60m100m150m
3x16A36m60m90m

 

Een omvormer geeft altijd enige lekstroom, dit is ook bij andere apparaten in uw huishouden zoals koelkasten en wasmachines. Om te voorkomen dat uw aardlekbeveiliging in de meterkast activeert, adviseren wij om een 300mA aardlekbeveiliging toe te passen.  Uw groep/zekering van de omvormer zou maw best op een 300mA aardlekschakelaar worden aangesloten. Deze moet alvast nooit verzwaard worden.

U mag deze ook aansluiten op de verliesstroomschakelaar van 30mA (0,03A), maar de kans dat deze regelmatig uit slaat, is groot.

U moet er wel op letten dat de differentieel van het type A is en niet van het type AC. Indien dit niet het geval is moet u alle differentieels in uw zekeringskast aanpassen.

U herkent deze aan het volgende tekentje:

 

Stappenplan:

1. U kijkt eerst na welke sectie in uw kast is geïnstalleerd om het maximum toelaatbaar vermogen in uw kast te bepalen.

Voorbeelden:

 

      • 4mm² bekabeling : maximaal 32A
      • 6mm² bekabeling : maximaal 40A
      • 10mm² bekabeling : maximaal 63A

Een kamgeleider/baranstelsel/busbar komt overeen met een sectie van 10mm²

2. U bekijkt vervolgens na welk vermogen u binnen krijgt van de maatschappij. Dit staat op de zekering in de meterkast of op de meter zelf.

U bekijkt ook alvast het vermogen na van de gevoelige differentieel (30mA of 0,03A). Bijvoorbeeld 32A, 40A of 63A

3. U bekijkt de stroomsterkte (amperage) van de automaat naar de zonnepanelen is.  Die is zwaarder dan wat de omvormer effectief kan leveren. Bijvoorbeeld bij een enkelfasige omvormer : 2P 16A. Bijvoorbeeld bij een driefasige omvormer: 4P 10A

4. Als de som van 2 en 3 samen meer zijn dan 1 dan heeft u de volgende mogelijkheden:

  • De differentieel van 30mA (0,03A) aanpassen naar een vermogen dat hoger of gelijk is aan 2 + 3 EN zorgen dat de bekabeling in de volledige kast de juiste sectie heeft voor dit nieuwe vermogen.

OF

  • Een remautomaat plaatsen die hetzelfde vermogen heeft als in punt 1. Deze remautomaat (zekering) komt tussen de differentieelschakelaar van 300mA en de rest van de kast te staan. Behalve de automaat van de zonnepanelen want die wordt rechtstreeks op de differentieelschakelaar van 300mA aangesloten. Met andere woorden na de differentieelschakelaar van 300mA zit dan enkel de automaat van de zonnepanelen en de automaat naar de rest van de kast. (Na deze laatste automaat zitten dan automaten voor kookvuur, stopkontakten, verlichting etc en ook de diff van 30ma met daarachter automaten voor wasmachine etc). Hierdoor is een herbekabeling van de zekeringskast niet nodig en één extra automaat is ook goedkoper dan een zwaardere diff te plaatsen en de kast te herkableren.

 

Voorbeeld 1:

  1. U heeft een barenstel in uw zekeringskast dus deze is gekableerd met sectie 10mm². Een vermogen van 63A in de zekeringskast is dus mogelijk. U heeft een differentieel van 30mA 40A.
  2. U heeft een aansluiting van 2P 40A van de maatschappij
  3. U heeft een omvormer van 3000W en deze is aangesloten op een zekering van 2P 16A.
  4. Het totale vermogen in uw zekeringskast wordt dus 40A + 16A = 56A
  5. Dit vermogen is dus niet hoger dan 63A en daarom is de kablage van uw zekeringskast in orde. Uw 30mA differentieel is echter slechts 40A en dit is lager dan de 56A waardoor u de volgende opties heeft:
    • De differentieel van 30mA verzwaren van 40A naar 63A.
    • Een remautomaat van 40A plaatsen na de differentieel van 300mA

 

Voorbeeld 2:

  1. Uw zekeringskast is gekableerd met een kabelsectie van 6mm². Een vermogen van 40A in de zekeringskast is dus mogelijk. U heeft een differentieel van 30mA 40A.
  2. U heeft een aansluiting van 2P 40A van de maatschappij
  3. U heeft een omvormer van 3000W en deze is aangesloten op een zekering van 2P 16A.
  4. Het totale vermogen in uw zekeringskast wordt dus 40A + 16A = 56A
  5. Dit vermogen is hoger dan 40A en daarom is de kablage van uw zekeringskast niet in orde. Uw 30mA differentieel is ook slechts 40A en dit is lager dan de 56A waardoor u de volgende opties heeft:
    • De differentieel van 30mA verzwaren van 40A naar 63A EN uw volledige zekeringskast herkableren met een kabelsectie van 10mm² (of barenstel)
    • Een remautomaat van 40A plaatsen na de differentieel van 300mA

 

Voorbeeld 3:

  1. Uw zekeringskast is gekableerd met een kabelsectie van 6mm². Een vermogen van 40A in de zekeringskast is dus mogelijk. U heeft een differentieel van 30mA 40A.
  2. U heeft een aansluiting van 4P 25A van de maatschappij
  3. U heeft een driefasige omvormer van 6000W en deze is aangesloten op een zekering van 4P 10A.
  4. Het totale vermogen in uw zekeringskast wordt dus 25A + 10A = 35A
  5. Dit vermogen is lager dan 40A en daarom is de kablage van uw zekeringskast in orde. Uw 30mA differentieel heeft een vermogen van 40A en dit is hoger dan de 35A waardoor uw installatie in orde is. U hoeft niets aan te passen.

 

Indien u nog bijkomende vragen/opmerkingen heeft, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.